donkervoort-s7

Donkervoort S7 en S8

De S7 was de eerste Donkervoort die ooit de fabriek verliet. De auto was voorzien van een 1.6 liter Ford motor en een vierversnellingsbak. De voorwielophanging bestond uit onderdelen van Triumph, de achteras kwam van Ford. De S7 was voor die tijd sensationeel te noemen, met een topsnelheid die boven een respectabele 170 km/u lag.

De opvolger van de S7 werd de S8. In veel opzichten was de S8 een auto die beter en vooral moderner was. De spoorbreedte vóór was groter en de motor van de S7 had plaatsgemaakt voor een 2.0 liter OHC Ford motor met 110 pk. De latere S8 was voorzien van een vijfversnellingsbak. Er was bij beide types veel aandacht besteed aan passieve veiligheid: ze hadden een dubbel uitgevoerd remsysteem met de mogelijkheid de rembalans voor en achter te verstellen en twee aluminium brandstoftanks, die vlak voor de achteras waren gemonteerd.

donkervoort-s8a-rood

Donkervoort S8A

In 1985 verscheen de S8A op de markt. De auto werd geleverd als aanvulling op het S8 gamma, dat tot 1989 zou doorlopen. De auto was in veel opzichten vernieuwd. Het chassis was breder en tegelijkertijd lichter en voorzien van aluminium panelen die waren verlijmd en met popnagels vastgezet. Een revolutionaire methode die nooit eerder was toegepast in de automobielindustrie. Bijzonder waren ook de onafhankelijke achterwielophanging en de elektronische brandstofinspuiting. Qua styling werd de S8A ook opgefrist. De neus en de zijspatborden kregen een eleganter, meer gestroomlijnde vormgeving. De S8A is tot 1993 in productie geweest.

donkervoort-s8at

Donkervoort S8AT

Om de groeiende vraag naar meer vermogen te kunnen beantwoorden werd de S8AT geïntroduceerd. Bijzonder was de motor: de Ford motor uit de S8A werd voorzien van een turbo, waarmee het vermogen steeg van 117 naar 170 pk. Een welkome ontwikkeling, omdat de katalysatorverplichting van kracht werd waardoor het vermogen van de standaard Ford motor naar beneden ging in plaats van omhoog. Tegelijkertijd was de ontwikkeling van een dergelijke ‘nieuwe’ motor een behoorlijke opgave.

Maar niet alleen de technische veranderingen aan de motor waren nieuw. Weer werd het chassis breder en opnieuw werd het aanmerkelijk stijver. De vóór- en achterwielwielophanging werden vernieuwd en vanaf 1991 werden schijfremmen op de achteras standaard.

donkervoort-d10-1

Donkervoort D10

De D10 was waarschijnlijk een van de meest extravagante creaties van Donkervoort. In 1988 bestond de fabriek tien jaar en om die mijlpaal luister bij te zetten werd de D10 geïntroduceerd op de Parijse Autosalon. Het moest een auto worden die in één oogopslag liet zien waar Donkervoort voor staat. En dat is gelukt. De D10 was in alle opzichten extreem. Het ontbreken van de voorruit gaf de bestuurder de beleving die een Formule 1 coureur moet voelen. Een bijpassende helm bood nog enige bescherming tegen vliegende objecten en insecten. Symbolisch voor de naam werden van de D10 slechts 10 exemplaren gebouwd. Om de sportieve prestaties van de D10 te benadrukken werd in 1989 op een afgesloten stuk snelweg het ‘wereld acceleratie record voor straatauto’s’ verbroken: van 0 naar 100 km/u in slechts 4,85 seconden…

donkervoort-d8-zetec-103

Donkervoort D8 Zetec

In 1993 kwam de opvolger van de S8AT op de markt. Ford introduceerde de Zetec motor en bood daarmee een prima alternatief voor de toen al wat oudere S8AT motor. Ondanks het feit dat het vermogen niet bijster hoog was, werd de Zetec dankzij een flinke gewichtsbesparing bekend als een snelle maar vooral fijn rijdende auto.

In 1994 werd, naast de Zetec Classic, een Zetec Sport geïntroduceerd. Hierbij werd voor het eerst veelvuldig gebruik gemaakt van carbonfiber, waarmee uitermate lichte en toch sterke carrosseriedelen werden vervaardigd. In eigen huis welteverstaan. Het reservewiel dat bij de voorgaande modellen nog prominent aanwezig was werd achterwege gelaten, de accu werd vervangen door een veel kleiner exemplaar en het gietijzeren koppelingshuis maakte plaats voor een aluminium exemplaar. De nieuwe neus met moderne grille, de eveneens nieuwe scuttle en de gebogen voorruit deden de auto een stuk moderner overkomen, net zoals de verstelbare WP schokdempers en de cyclewings die vandaag de dag kenmerkend zijn voor Donkervoort.

De totale gewichtsbesparing ten opzichte van de S8AT bedroeg bijna 50 kilogram en met de 140 pk die gemiddeld door de Zetec motor werd geleverd, kon de D8 Zetec op het circuit goed meekomen. Bijkomend voordeel van het lage gewicht was dat de rijeigenschappen sterk verbeterd waren.

donkervoort-d8-cosworth-1

Donkervoort D8 Cosworth

Ford en Cosworth introduceerden in 1995 een nieuwe turbomotor die een prachtige krachtbron bleek voor Donkervoort; de D8 Cosworth was een feit. Met een topsnelheid van 235 km/u en een acceleratie van 0 tot 100 km/u in slechts 4,1 tot 4,8 seconden was de Cosworth extreem snel. In die tijd waren er nauwelijks snellere auto’s op de markt. Vermogens varieerden van 220 pk tot 280 pk en meer.
Vooral op het circuit werd de D8 Cosworth een beruchte en gevreesde auto. Stuurmanskunst was vereist. Net zoals de Zetec was ook de Cosworth leverbaar in twee uitvoeringen. De Cosworth Classic had nog de traditionele lange schermen, terwijl de Cosworth Sport was voorzien van cyclewings.

donkervoort-d8-audi-agu-17

Donkervoort D8 Audi (AGU)

Eind jaren negentig werd een alternatief gevonden voor de Ford-motoren. Cosworth stopte met het produceren van de motor en dus moest er naar een opvolger worden gezocht. Audi maakte prachtige motoren en bleek zeer geïnteresseerd om Donkervoort te beleveren. De 1.8T 20V AGU motor deed zijn intrede in de D8-reeks. En voor het eerst sinds het bestaan van het merk werd de overstap gemaakt naar een nieuwe motorenleverancier. De Audi-motor had een aantal grote voordelen ten opzichte van de tot dan toe gebruikte motoren. Zo werd de Audi-motor lichter en compacter gebouwd en voldeed hij moeiteloos aan de strengste emissie-eisen.

Een verdere ingrijpende verbetering was dat Donkervoort in die periode ook de chassis in eigen huis ging produceren. Het resultaat, een aanzienlijk sterker en stijver chassis, maakte samen met alle andere wijzigingen van de D8 Audi een echt fenomeen.

donkervoort-d8-audi-e-gas-driekwrt-voor

Donkervoort D8 Audi (E-gas) Wide Track

Vanaf 2003 bouwde Donkervoort de Audi 1.8T 20V E-gas turbomotor in. Deze motor had zich qua betrouwbaarheid volop bewezen en voldeed bovendien aan de nieuwe emissie-eisen, o.a. dankzij de elektronische gasoverbrenging (E-gas).

Daarnaast waren de compacte en lichte bouw van de motor van belang. Eigenschappen die deze krachtbron uitermate geschikt maakten voor gebruik in een Donkervoort. In de D8 was de motor leverbaar in vier vermogens: 150 pk, 180 pk, 210 pk en later ook 270 pk. In combinatie met een totaalgewicht van slechts 630 kilogram, maakte dat de D8 extreem snel. Afhankelijk van het type nam de acceleratie van 0 naar 100 km/u tussen de 3,8 en circa 5,2 seconden in beslag.

donkervoort-d8-270-rs-side-view

Donkervoort D8 270 (RS)

De D8 270 RS was een eerbetoon aan het prestigieuze record dat Donkervoort in 2004 en in 2005 verbrak op de befaamde Nordschleife van de roemruchte Nürburgring. Dit ronderecord voor straatauto’s stond lange tijd op naam van een bekende Duitse sportautofabrikant. Donkervoort verpulverde het oude record met maar liefst 15 seconden (!), wat het merk in één klap in de internationale spotlights deed belanden.

De Donkervoort D8 270 RS, genoemd naar de D8 RS waarmee het record werd verbroken, werd in een gelimiteerde serie van 25 stuks geïntroduceerd. Enkele wapenfeiten ten opzichte van de 210 pk versie waren het toegenomen vermogen tot 270 pk en een nieuwe neus die plaats bood aan meer en grotere koelers. Het gewicht bleef nagenoeg gelijk. De D8 270 RS mocht zich een van de snelste auto’s noemen die ooit door Donkervoort werden gebouwd. Acceleratie van 0 tot 100 km/u kostte slechts 3,6 seconden; een vertraging van 100 tot 0 slechts 2,4… De D8 270 RS toonde zich een van de beste creaties in de geschiedenis van Donkervoort. En een van de meest begerenswaardige: in een luttel aantal maanden waren de 25 exemplaren gereserveerd en verkocht.

In 2008 werd daaropvolgend de D8 270 leverbaar. De topversie van de D8-serie en een logisch vervolg op de succesvolle D8 270 RS. De D8 270 bood een sensationele en vooral snelle rijervaring met een acceleratie van 0-100 km/u in 3,6 seconden. De D8 270 werd voorzien van een nieuwe neuspartij en grill die rechtstreeks refereerden aan de D8 GT, die een jaar eerder geïntroduceerd werd.

donkervoort-d8-gt

Donkervoort D8 GT

In 2007 maakten pers en publiek tijdens de Geneva Motor Show kennis met de eerste gesloten Donkervoort. Een rasechte GT met twee gezichten, verpakt in een opwindend design. Enerzijds dat van de pure, hightech-racer, ontstaan vanuit de passie voor de racerij en gebouwd op basis van dertig jaar ervaring op de Europese circuits. Anderzijds dat van de stijlvolle ‘Gran Turismo’ die de romantiek van de snelle GT’s uit het verleden doet herleven. De Donkervoort D8 GT combineerde het beste van twee werelden in een prachtig afgewerkte en door toegewijde vakmensen gebouwde elegante carrosserie.

Ten opzichte van de open versie van de Donkervoort D8 was de D8 GT technisch gezien vrijwel geheel nieuw. Met name onderhuids werden de nodige veranderingen aangebracht. Zo werd de wielophanging verder aangepast voor nog betere rijeigenschappen, groeide de spoorbreedte met maar liefst 8 centimeter, zijn er grotere, speciaal door het Italiaanse Tarox ontwikkelde, remmen aangebracht voor maximale vertraging en zijn 17 inch grote, door het Japanse merk Rays speciaal voor de D8 GT gesmede, aluminium wielen gemonteerd. Al deze inspanningen waren niet voor niets: de Donkervoort D8 GT werd met 650 kilogram de lichtste GT ter wereld. Met name het gebruik van carbonfiber draagt daaraan bij: het complete dak, de gehele achterzijde van de auto en ook de deuren en spatborden werden van dit hightech-materiaal vervaardigd. Het maakte de Donkervoort D8 GT ongekend torsiestijf en verhoogde de passieve veiligheid.

Met de D8 GT werd in daaropvolgende jaren deelgenomen aan de FIA GT4 European Cup, waarin de auto eindigde als tweede in het kampioenschap. Ook behaalde Donkervoort Racing met de D8 GT de overwinning in de 24H of Dubai in 2011.

Prototypes

donkervoort-d20-11

Donkervoort D20

In 1998 worden de eerste stappen gemaakt voor een samenwerking met Audi. Toenmalig Audi-topman Peafgen – tegenwoordig de grote baas bij Bentley – maakt zich persoonlijk hard voor de samenwerking met Donkervoort en is de stuwende kracht achter de ontwikkeling van de D20. Audi levert niet alleen de motorische know-how, maar ondersteunt ook alle verdere ontwikkelingen aan dit jubileummodel.

Hadden alle Donkervoort tot dan toe de motor en versnellingsbak voorin en de aandrijving op de achterwielen. De D20 werd echter ontwikkeld volgens het transaxle principe, waardoor de motor weliswaar voorin blijft, maar de versnellingsbak grotendeels naar de achteras schuift; een ideale gewichtsverdeling en daardoor betere wegligging is het gevolg. De wegligging profiteerde ook van de wielophanging met zijn push rods en een chassis dat meer liefst factor 6.7 stijver werd. De gebruikte zescilinder motor leverde voor de D20 uiteindelijk 280 pk.

Helaas blijkt de D20 in combinatie met deze Audi-motor niet te kunnen voldoen aan de steeds strenger wordende emissie-eisen en wordt typegoedkeuring uitgesloten. Daarom wordt gekozen voor het verder ontwikkelen van het bestaande D8-model in combinatie met de meer sportieve 1.8 T motoren, die op dat moment voor de Audi TT gebruikt wordt.

donkervoort-j25-10

Donkervoort J25

Onder de codenaam J25 ontwikkelde Donkervoort – vlak voor het 25-jarig jubileum – aan een totaal nieuwe auto. In haar styling gaat dit model een stap verder dan haar voorgangers de S8 en de D8. De voor die tijd zeer moderne lijnen en een aantal details, zoals de gebruikte deurtjes en neus, zijn terug te leiden naar de D20. De J25 zou tevens de eerste Donkervoort worden die zou worden uitgevoerd met 270 pk.